In memoriam Werkzaamheden Recettecontroledienst De Recettecontroledienst heeft de taak om toe zicht uit te oefenen op de entreebewijsver strekking voor filmvertoningen in de bioscopen, alsmede op de ter zake van die vertoningen door de leden-bioscoopexploitanten gedane recetteverantwoordingen; een verantwoording die berust op het reglementaire voorschrift, dat de filmhuur voor elke hoofdfilm in een pro centuele verhouding dient te staan tot de on derhavige vertoningsopbrengst. In het Reglement op de Recette-administratie zijn de voorwaarden vervat, waaraan de leden bioscoopexploitanten gehouden zijn omtrent de herkomst der aan het publiek te verstrekken entreebewijzen en de opbrengstverantwoording bij de verkoop ervan. Op deze bases voert de Recettecontroledienst zaalcontroles uit tijdens bioscoopvoorstellingen en administratieve controles in de recette administraties van de bioscopen. Daarbij richt de zaalcontrole zich voornamelijk op de interne organisatie rond kassabeheer en entreebewijs verstrekking en toetst het administratieve onder zoek in hoofdzaak de volledigheid en juistheid van recetteverantwoordingen uit de beweging van verkregen en verkochte entreebewijzen. Terwijl sinds jaar en dag het administratieve onderzoek de veruit belangrijkste plaats had in genomen in de controleprogramma's van de dienst en aan het instituut van de zaalcontrole daarin een marginale aanvullende rol was toe bedeeld, is in de laatste jaren een duidelijke tendens gekomen in de richting van een even wichtiger onderlinge frequentieverhouding der beide methodieken. Het aantal zaalcontroles groeide van jaar tot jaar aanzienlijk en voor het verslagjaar heeft zulks geresulteerd in een toe neming van het aantal zaalcontroles van 68 in 1978 tot 110 in 1979. Het aantal administratieve onderzoekingen bedroeg in 1979 151 (170 in 1978). De Recettecontroledienst werd in het verslag jaar voorts voor het eerst geconfronteerd met de groeiende belangstelling voor de toepassing van electronische kassa-apparatuur, welke qua entreebewijsverstrekking selfsupporting is. Op grond van zijn positieve bevindingen bij bestu dering van de onderhavige apparaten ten aan zien van de kwaliteit van de vervaardigde en treebewijzen en van de verkoopregistratie, heeft de dienst aan het Hoofdbestuur kunnen ad viseren in de onderhavige gevallen aan de be trokken Bondsleden dispensatie te verlenen van de reglementaire verplichting tot gebruikmaking van de centraal geregelde entreebewijsverkrij- ging. Technische dienst Er zijn in 1979 520 (518) technische controles ingesteld. Er werd in 63 gevallen speciale aan dacht besteed aan licht- en geluidsproblemen, filmbeschadigingen en automatisering, terwijl 31 (47) controles betrekking hadden op de bouw respectievelijk opening van nieuwe bio scopen, verbouwingen e.d. In 46 (48) ons be kende gevallen zijn gedurende het verslagjaar als gevolg van adviezen van onze technische dienstverbeteringen in de bioscoop-outillagetot stand gekomen. Hiervan hadden er 26 (24) betrekking op de beeld- en geluidskwaliteit of op automatisering en in de resterende 20 (24) gevallen betrof het belangrijke interieurverbete- rinqen. Ook dit jaar is de daling van het aantal kool- spitslichtbronnen ten opzichte van de Xenon- lampen voortgezet. Circa 90% van de biosco pen werkt thans met Xenonlampen, waarbij speciaal in het afgelopen jaar een sterke om schakeling van de verticale Xenonlampen naar het horizontale type kon worden geconstateerd. Dit type heeft een veel groter rendement en bovendien een aantal praktische voordelen, waardoor de verticale Xenonlamp op den duur waarschijnlijk geheel zal worden verdrongen. Evenals in 1978 werkt het grootste aantal the aters wat de spoelen betreft met non-rewind apparatuur en daarna volgen de bioscopen met 1800 m. spoelen. Het gebruik van 3000- en 4000 meter spoelen is slechts weinig toegeno men en.het gebruik van kleine spoelen (600 en 900 m) is bezig te verdwijnen. Het aantal Dolby-installaties bedroeg aan het einde van het verslagjaar 45 en dit aantal stijgt gestadig. In het verslagjaar overleden de hierna vermelde bedrijfsgenoten: M. H. van Bergen, beherend vennoot van CV. Royal Theater te Roermond; J. L. Caubo, voormalig'directeur van het City Theater te Venlo; R. A. van Mourik, directeur van filmverhuurkantoor Melior Films B.V.; O S. Roem, erelid en oud-directeur van N.V. Film fabriek Profilti; J. Smit, oud-directeur van Smit's Projectiereclame Onderneming B.V.; H. J. Reens te Amsterdam, oud-vennoot van CV. H. J. Reens (Assuranti├źn). 42

Historie Film- en Bioscoopbranche

Jaarverslagen | 1979 | | pagina 41