6
Als proef op de som is de film dezer dagen in
een besloten voorstelling in een der Amsterdam-
sche bioscopen vertoond voor honderd kinderen
van zeer verschillenden aard.
De enquête, die hierop bij de ouders is ingesteld,
laat omtrent de wijze, waarop de kinderen gerea
geerd hebben, geen twijfel over.
Alle ouders (de betreffende brieven geven wij
gaarne ter inzage) geven unaniem als hun meening
weer, dat hun kinderen, hetzij ze zeven, dan wel
tien of twaalf jaar zijn, niet in het minst teekenen
van angst vertoond hebben noch tijdens, noch na
de voorstelling, dat de zgn. griezelige passages
den minsten indruk op hen hebben gemaakt en dat
ook hun rustige slaap in het geheel niet is ge
stoord.
Hoe eenzijdig het paedagogisch inzicht der
Keuringscommissie is, blijkt trouwens uit een ar
tikel van het Hoofd der Wilhelmina-Catharina-
school te Amsterdam, gepubliceerd in „De Tele
graaf" van 15 December j.1. ,,Op welken grond
onthoudt men deze film aan onze school
jeugd", vraagt deze paedagoog. „Om het
spiegeltje aan den wand misschien? Och ja, dat
had ik me ook minder geestachtig voorgesteld.
Om de tooverkol wellicht? Ik vermoed het. Maar
weet de Keuringscommissie dan niet, dat e 1 k
schoolkind zich een tooverheks al lang precies zoo
heeft eigen gemaakt? Al lang vóór Dik Trom en
nog steeds daarna? Alleen de bezemsteel, waarop
zij door de lucht rijdt, ontbreekt. Maar neus en
oogen en grijpstuivers en gemeene, valsche lach,
och hemel, daar zijn ze vertrouwd ,mee als met
't „Hoor de wind waait door de boomen" van den
goeden Sint! De schrijver vervolgt dan: „Door
alle eeuwen heen hebben dierenepos en fabel den
volwassenen tot leering gestrekt; Walt Disney
doet in zijn dieren door deze film een beroep op
de zuiverste gevoelens in de jeugd.
Verschillende mijner leerlingen hebben in de
vacantie in België „Sneeuwwitje" reeds gezien;
van de dieren en dwergen vertellen ze honderd
uit; naar de heks moet ik vragen. Dat deze in 't
eind met het rotsblok naar beneden duikelde, had
nog het meest tot ze gesproken". Hij besluit al
dus: „Welnu ik riskeer daarom mijn goeden naam
als ik iets te riskeeren heb en vraag U,
geachte redactie, en door U de groote Pers, die
machtigste der Jofferen van ons Hollandsche
Gemeenebest: Help ons, opdat Walt Desney's
zuiver voelende en spontaan reageerende dieren
onze Vaderlandsche schooljeugd mogen inspiree-
ren tot zachtheid en mededoogen".
Een griezelverhaal zegt de Keuring. Maar de
bekende Katholieke geestelijke, Henri de Greeve.
vond in een zijner tien-minuten-speeches voor den
K.R.O.-microfoon innig verband tusschen de film
„Sneeuwwitje" en de Kerstgedachte. Een Ameri-
kaansch geestelijke noemde haar: „groot in haar
eenvoud en eenvoudig in haar grootheid, omdat
zij deugd en ondeugd uitbeeldt, zooals dat in geen
ander stuk sinds de Sinnespelen der Middel
eeuwen is gebeurd", en de President van Frank
rijk liet haar vertoonen voor 200 arme kleuters
tijdens een Kerstbijeenkomst te zijnen huize.
Moge dit alles de experimenteele paedagogie
der Centrale Commissie, of wellicht haar groot
gebrek aan paedagogisch doorzicht te scherper
doen uitkomen, we zouden er geen woord over
aangehaald hebben, indien de Commissie binnen
het raam harer bevoegdheden naar beste weten ge
handeld had.
Zooals echter werd betoogd en ook uit het
keuringsrapport zonneklaar blijkt, schuilt de ernst
dezer kwestie juist hierin, dat de Commissie haar
toevlucht heeft genomen tot maatstaven, welke
haar bij de wet uitdrukkelijk zijn onthouden.
Zij geeft zelve toe met haar beoordeeling op de
grens van geschiktheid en toelaatbaarheid te zijn
gekomen, maar de verklaring van dezen stap, wel
ke onmiddellijk volgt, doet zien, dat zij de grens
niet genaderd, maar overschreden is.
Uit de geschiedenis van artikel 16 der Bioscoop
wet blijkt immers, dat het „paedagogisch" element
uit den tweeden maatstaf (volgens het eerste
Regeeringsontwerp „geschiktheid"), werd gelicht.
Een amendement van den heer Marchant, dat aan
artikel 16 zijn tegenwoordige redactie gaf, beoog
de vervanging van geschiktheid door toelaatbaar
heid, zoowel voor personen beneden 14, als van 14
tot 18 jaar.
„Geschikt" wil niet zeggen, aldus lichtte de heer
Marchant zijn amendement toe, dat strenger op
zedelijkheid wordt gekeurd dan bij het woord
„toelaatbaar"; het wil zeggen, dat de film positief
geschikt wordt geacht, om te worden waargeno
men door kinderen tot 14 jaar, dat wil zeggen,
men verwacht, dat zij er iets van zullen leeren,
etc. Die positieve eisch van geschiktheid ligt buiten
het terrein van deze wetMen moet de aller-